Timmerfabriek H.J. de Vries en Zonen
auteur: Redactie
bron: Jaarboek 2024
Rechts de veerboot in de haven van Enkhuizen. Heel wat ’landverhuizers’ maakten hiermee de oversteek vanuit Friesland.
“De eerste jaren voelde ik me zo onwennig als een kat”. Een uit Friesland naar Canada geëmigreerde vrouw deed ooit deze bekentenis. Dat gevoel moet ook Jantje Faber hebben gehad toen ze begin vorige eeuw hier bovenop de dijk stond en over het water tuurde, richting Friesland.
Op maandag 31 januari 1910 staken Hendrik Jeremias de Vries, zijn vrouw Jantje Faber en hun beide zonen Jeremias en Age, de Zuiderzee over en vestigden zich in Andijk. Daar langs de Zuiderzeedijk, aan de Dijkweg, had hij een timmerzaak overgenomen van een zekere Bram Smit. Deze verhuisde naar Enkhuizen waar hij een rolschaatsbaan opende.
Hendrik Jeremias de Vries (1863-1944) had in Friesland, in Warns, ook een timmerbedrijf. Als oudste zoon uit een boerengezin in Laaxum was hij de enige die geen boer werd. Jantje Faber (1868-1931) kwam uit een geslacht van smeden. Voor zijn timmerbedrijf in Warns kon De Vries moeilijk aan ambachtslui komen. En aan de standsverschillen tussen arbeiders c.q. werklieden en (heren)boeren kon hij niet wennen.
In 1910 werd dus in Andijk de hamer weer opgenomen. Zoon Jeremias was inmiddels van school af en timmerde al mee. Daar, in die eerste werkplaats bij Dijkweg 72 (v/h 63), was alles nog handwerk. Maar Jeremias zag wel wat in machines en hij bouwde daar een cirkelzaagmachine, aangedreven door een op het dak geplaatste Amerikaanse windmolen. Stond er te weinig wind dan moest er aan een groot rad gedraaid worden. En als er teveel wind stond ook.
De zelfgebouwde windmolen / tekening Piet de Vries
Dijkweg 101-102, overgenomen van P. van der Leek. Diens naam staat nog op de dakpannen.
Tijdens de storm in 1916 liep de Zuiderzeedijk grote schade op. Om overstroming in de toekomst te voorkomen werden de dijkgracht gedempt en de dijk zelf verbreed en verhoogd door het aanleggen van een berm. Omdat de nieuw aan te leggen weg dwars door huis en werkplaats zou lopen, werd het spul, als zovele panden aan de Dijkweg, onteigend.
Op de plaats waar nu de panden Dijkweg 101 en 102 staan, werd een zaak met woonhuis overgenomen van P. van der Leek. Deze timmerbaas emigreerde naar Amerika en zou zijn geluk gaan beproeven met een kippenfarm. Nadat het woonhuis een kwart slag was gedraaid en een stuk naar achteren gezet, kon er – zonder letterlijk iemand in de weg te zitten – verder worden getimmerd.
De crisisjaren gingen voorbij maar veel moois kwam er niet voor in de plaats, nl. vijf jaar bezetting. En hoewel ieder wat ruimer in de financiën kwam te zitten, werden alle goederen schaars en gingen op de bon. Ook hout ontkwam hier niet aan en werd op vergunning toegewezen. Het werd dan ook regel dat ieder die iets kocht of liet uitvoeren, daar zo mogelijk, naast betaling in geld, iets in natura aan toevoegde. Jeremias de Vries deed een karwei voor Jacob (Sam) Volten, sigarenmaker en visser. Bij de kostprijs was inbegrepen: ‘een kist met 100 sigaren van prima kwaliteit’. Met deze kostbare schat zag hij kans, zo vertelde hij thuis, om bij de houthandel een extra toewijzing voor hout te bemachtigen. Maar, omdat Jeremias een hartstochtelijk roker was, kwam hier niet veel van terecht. Zijn vrouw merkte dat die toewijzing wel erg lang op zich liet wachten maar toen was het kwaad al geschied en de bodem van de sigarenkist in zicht.
Materiaalkrapte dus. Maar toch werd er nog heel wat getimmerd. Firma De Vries werkte toen met vijf man van wie drie onderduikers. Er moesten schuilplaatsen gemaakt worden voor zulke jongens. Door oorlogshandelingen moest de bevolking van Spakenburg evacueren. Andijk ving een aantal van hen op en huisvestte deze in een bollenschuur aan het Hornpad. In opdracht van de Gemeente moesten daar slaapkribben worden gemaakt: werk voor de timmerman dus. Ook werden er klompen verzoold. Oude vruchtbomen, op rollen over de weg aangevoerd, werden ervoor tot plankjes gezaagd en vervolgens op de lintzaag en met de guts verder bewerkt.
Gaarkeuken
Toen de Duitse bezetter in november 1944, na de spoorwegstaking, de voorziening van elektriciteit stopzette was dat een extra groot ongemak. Dit feit, plus een nijpend tekort aan alle soorten brandstof, noopte de gemeente Amsterdam een gaarkeuken op te richten en veel andere plaatsen volgden. Door het centraal koken van maaltijden konden de huishoudens brandstof besparen, was het idee. Ook Andijk kreeg een gaarkeuken, in het achterste gedeelte van de broodfabriek van Faust en De Vries, de buren van timmerbedrijf De Vries. Direct nadat het schaarse dagelijks brood gaar was, kwam het personeel van de gaarkeuken in actie. En zodra de inhoud van de grote rechthoekige bakken eten gekookt en wel uit de oven kwam, werd deze overgestort in gamellen en het uitdelen kon beginnen. Bij dat overstorten van de kokendhete bakken moest ovenwanten worden gebruikt. Maar Theo, een zoon van de eigenaar van de fabriek, gebruikte zijn rode zakdoek voor de verandering en deze belandde bij het overstorten onderin de gamel en de hutspot ging er bovenop. Theo viste de zakdoek er wel weer uit, maar Jeremias, die daar juist een klus moest doen, maakte het hele gebeuren mee. Die middag heeft het gezin De Vries niet uit de gaarkeuken gegeten.
In de eerste werkplaats v.l.n.r.: S. Hartema, Age de Vries, Jeremias de Vries en Hendrik Jeremias de Vries
De laatste oorlogswinter, de zgn. Hongerwinter: geen elektrisch licht meer en alternatieven, als lampolie, waren ook bijna niet te krijgen. Wat nu. Jeremias fabriceerde een windmolentje. Hij plaatste een propeller op het dak, die een paar dynamo’s aandreef. Hij had tenslotte al wat ervaring met windmolens opgedaan in zijn eerste timmerwerkplaats. Maar nu aan de gang voor huishoudelijk gebruik. Een pikdonkere zaterdagavond. Het hele gezin De Vries zat op een kluitje in de woonkeuken en er werd proefgedraaid. Een bij uitstek geschikte avond met veel wind, maar wel bij vlagen. Daardoor was de keuken het ene moment hel verlicht en iets later pikdonker. Plotseling, een oorverdovende klap, de molen had het begeven. De resten lagen zieltogend in het aardbeienbed. De brokken belandden in de kachel en vonden zo toch nog een nuttige bestemming. Draden en lampjes werden hergebruikt. De dynamo’s die het licht moesten opwekken, draaiden ze van toen af aan in de rondte met behulp van een omgekeerde fiets, geïnstalleerd in een hoek van de kamer.
Na afronding van de Ambachtsschool in 1948 besluit zoon Piet om te gaan werken in het bedrijf van zijn vader en neemt na verloop van tijd het bedrijf van Jeremias over. Voorjaar 1978 geeft Jerry, de oudste zoon van Piet, te kennen dat hij in het bedrijf wil komen werken. Vanaf maart dat jaar kent het bedrijf dan twee firmanten en van die stap hebben ze beiden geen spijt gehad. Dankzij nieuwe inzichten, nieuwe ideeën en nieuwe kennis groeit het bedrijf door. Een van de eerste zaken die al spoedig onderhanden werd genomen, was de uitbreiding van de machineloods en de vervanging van oude machines door nieuwe modernere exemplaren. Deze waren efficiënter in gebruik en daardoor kon meer werk worden aangenomen. Alleen al met het vervaardigen van ramen en kozijnen op de nieuwe manier werd al veel tijd uitgespaard. Maar de concurrentie werd groter.
Wat de fabricage van kisten en pallets betreft was het bedrijf De Vries al jaren de enige hier op de markt. Het afzetgebied moest echter worden vergroot en dat lukte. Al spoedig kregen ze de eerste grote klant op industrieterrein Hoorn 80. Enkhuizen, Medemblik, de Wieringermeer, Ursem, Heerhugowaard, Enschede en andere plaatsen volgden. Maar je kreeg wel te maken met heel andere soorten verpakking dan in de tuinbouw werden gebruikt. Neem de pallets. In de havens van Amsterdam en Rotterdam waren ze er al langer mee vertrouwd maar het gebruik daarvan in de tuinbouw kwam hier nog maar net op gang. De ervaring met het maken van emigratiekisten, kisten voor de zaadhandel en koekkisten voor Faust & De Vries, alle bestemd voor ‘breekbare’ waar, kwam nu goed van pas. Maar door deze uitbreiding kregen ze te maken met zoveel verschillende soorten van te verpakken materiaal dat je jezelf wel eens achter de achter de oren krabde. Zonder dat de klant dat kon merken natuurlijk, verhaalt Piet de Vries.
De timmerfabriek verhuisde in 2008 naar de Ambachtsweg en is daar nog steeds actief, zij het dat er een andere naam boven de facturen staat. Inmiddels is Timmerfabriek H.J. de Vries en Zonen onderdeel van Bode Packaging in Hardinxveld-Giessendam, onderdeel van de Palletcentrale Groep B.V. De overname betekende het einde van het bedrijf als familiebedrijf, na ruim 112 jaar spijkers met koppen te hebben geslagen.
Bron: Samenvatting publicatie ‘Timmerfabriek De Vries, 113 jaar spijkers met koppen’.
Beelden: Fam. De Vries, verzameling Jacco Mantel






