Coöperatief bankieren in Andijk

auteur: Redactie
bron: Jaarboek 2024

Bij het binnenrijden van het dorp Weyerbusch in het Westerwald in de Duitse Rijnland-Pals, word je herinnerd aan de oorsprong van het ‘coöperatief bankieren’ zoals we dat in Nederland kennen. Friedrich Wilhelm Raiffeisen is 28 jaar als hij in 1846 burgemeester wordt van dit dorp. Europa verkeerde toen in een crisis die leidde tot grote hongersnood en armoede. Mede door misoogsten wegens ziektes in de aardappelen, werd het Westerwald een van de armste gebieden in Europa. Om toch wat brood op de plank te krijgen werden kinderen verhuurd en geëxploiteerd in onder meer havensteden tot in Rusland toe. Raiffeisen kon dit leed niet langer aanzien.  

Hij verdiepte zich in de problemen en stichtte, samen met enkele vrienden en bekenden die zich dit financieel konden veroorloven, de Weyerbuscher Brodverein: een coöperatieve vereniging die hem in staat stelde een schip met graan te kopen en een bakkerij te bouwen. Met het daar gebakken brood zorgde hij dat de streek de winter 1846/1847 kon overleven. Vervolgens doorbrak hij de macht van de gelduitleners, die woekerrentes rekenden aan de boeren, met de invoering van zgn. Darlehnskassen. Een type voorschotbank waarbij spaargeld van wie het wil investeren, wordt gebruikt om uit te lenen aan wie het nodig heeft. En…tegen gunstige tarieven. De belangrijkste uitgangspunten bij deze vorm van krediet zijn: zelfhulp, eigen verantwoordelijkheid, wederkerigheid en samenwerking. In zijn idealisme ging Raiffeisen nog een stap verder. Hij zag de banken, die op deze manier ontstonden, ook als een “bijdrage aan de zedelijke verheffing van de arbeiders”.  

In Nederland wordt rond 1890 ingezien dat “het credietwezen ten plattelande uitermate onbevredigend is. De slechte regeling van het crediet is een der meest werkzame oorzaken van de achterlijke toestand van den landbouw”, zoals de ingestelde Staatscommissie voor de Landbouw het zo mooi verwoordt. Vanaf dat moment kijken bestuurders van agrarische organisaties oostwaarts en ontstaan de eerste initiatieven om een credietcoöperatie naar het model van Raiffeisen te stichten. In West-Friesland passeert de eerste notariële akte voor de oprichting van een Boerenleenbank in december 1897: die voor de bank van Venhuizen.  

Vanaf 1905 krijgt Andijk zijn eerste (coöperatieve) ‘bankgebouw’: het schoolhuis van meester Warnaar in de Bakkershoek. Deze Arie Warnaar is de initiator van de oprichting van een coöperatieve bank op Andijk. Maar, daar was wel wat aan vooraf gegaan.  

Tot ver in de twintigste eeuw was het niet ongebruikelijk dat verschillen in geloofsbeleving ook hun stempel drukten op andere aspecten in de samenleving. Men ging niet altijd even vriendelijk met elkaar om, kocht bij ‘eigen’ bedrijfjes en winkeliers en de gereformeerden gingen natuurlijk niet naar een katholieke bank.  

 

Bij de oprichting in 1835 staat “De Vereniging tot Nut van het Algemeen” (in de wandeling ’t Nut) boven deze verdeeldheid. In 1843 bijvoorbeeld koopt ’t Nut voor 30 gulden katoen voor hemden en verdeelt deze zowel onder “Roomsen als Hervormden”. In datzelfde jaar wordt de Nutsspaarbank Andijk-Wervershoof opgericht. Maar ook deze idealistische vereniging ontkomt niet aan de gevolgen van de verdeeldheid. In 1861 ontstaat een afdeling van ’t Nut in Wervershoof en tien “afvallige leden” van Andijk sluiten zich daarbij aan. Een paar maanden later zal de scheuring ook de Nutsspaarbank treffen.  

Iedereen van enige betekenis in de toenmalige Andijker gemeenschap is lid van ’t Nut. Ook Arie Warnaar, hoofd van de Middenschool, hij is al lid vanaf 1875. Van hem komt in 1905 het initiatief om te komen tot een coöperatieve bank. Een in het leven geroepen commissie komt tot de conclusie dat er een vergadering moet worden belegd, waarin alle “ingezetenen” worden uitgenodigd en stelt voor in die vergadering een spreker te laten optreden die “met de inrichting en werking der Boerenleenbanken goed op de hoogte is”. Die vergadering komt er: op 11 maart 1905 in het café van C. Smit en de spreker is C. Posch van “Nibbikswoud”. Daar hebben ze al sinds 1897 een Boerenleenbank dus hij kan het weten! 

Een tweede vergadering blijkt nodig en wordt op 18 maart gehouden, weer bij Smit. Er zijn dan 80 personen aanwezig, maar het weer is kennelijk slecht want de notulen vermelden dat de heer Posch niet verschijnt. Meester Warnaar neemt de leiding, vat alles nog eens rustig samen, beantwoordt vragen en roept op om voorlopig lid te worden. Van de 80 aanwezigen, durven er 46 de stap te wagen. Op 15 april 1905 passeert de acte bij notaris van Bommel in Andijk. 

Het duurt tot 16 mei voor de “Eerste Algemene Vergadering van de Coöperatieve Boerenleenbank te Andijk” wordt gehouden. Van de 46 voorlopige leden, zijn er 25 aanwezig, die nu allemaal definitief toetreden en daarmee is de Boerenleenbank Andijk daadwerkelijk een feit. En kassier wordt, je raadt het al, Arie Warnaar. Hij houdt thuis zitting, in het schoolhuis in de Bakkershoek. 

De coöperatieve gedachte slaat aan en ook het gemeentelijk bestuur wordt erbij betrokken. In de notulen van de gemeenteraadsvergadering van 22 maart 1923 staat vermeld dat bij de Boerenleenbank Andijk veertig verzoeken zijn binnengekomen van noodlijdende tuinbouwers om een krediet te mogen ontvangen. Om aan deze verzoeken te kunnen voldoen stelt de Gemeente Andijk zich hiervoor borg.

Er zijn na de oprichting in 1905 twee coöperatieve banken in Andijk. Een deel van de inwoners hoort bij de Boerenleenbank Wervershoof/Andijk, een ander deel bij de Boerenleenbank Andijk. Formeel wordt het werkgebied van Wervershoof bepaald door de parochie Wervershoof en daar hoorde toen ook het dorp Andijk bij. Dus geheel Andijk kon door Wervershoof worden bewerkt. Tot ver in de jaren ‘60 is daarover overleg geweest. Soms vindt men elkaar in samenwerking, soms staat men lijnrecht tegenover elkaar als concurrenten. Een aantal Andijkers is altijd de bank in Wervershoof trouw gebleven. 

Tot aan 1992 heeft Andijk een ‘eigen’ bankgebouw gekend, voortgekomen uit de oprichting in 1905. Er was zelfs langere tijd een bijkantoor op de Stormweg (Kleingouw). De vestiging in Andijk wordt, na de inmiddels gefuseerde banken in West-Friesland Oost, in 1992 geïntegreerd in het nieuwe hoofdgebouw in Zwaagdijk-Oost en krijgt ook een nieuwe naam: Rabobank Westfriesland-Oost. Zelfs het streepje tussen West en Friesland moest er aan geloven. 

Bankieren is inmiddels enorm gedigitaliseerd en kan veelal ‘op afstand’ plaatsvinden ten gevolge waarvan het kantoor in Zwaagdijk-Oost, in het hart van het Agrarisch Business Centrum, al weer is afgestoten. De tijden veranderen en je vriend bij de bank is een maat geworden, een geldmaat.  

 

 

Bronnen: 120 jaar Rabobank West-Friesland, kistemaker.nl 

Beelden: A. de Blank, Wikipedia