Het Belastingplaatje

auteur: Redactie
bron: Jaarboek 1999

Het beruchte/beroemde plaatje uit het eerste jaar 1924

De meeste ouderen onder onze lezers herinneren zich zeker nog het “Belastingplaatje” een plaatje van dun koper, dat zichtbaar aan je fiets moest zitten. Het was voor 1 jaar geldig en zag er ook jaarlijks weer anders uit, maar was wel van hetzelfde formaat.

Zo in het voorjaar moest er een nieuwe worden aangeschaft en ze waren, tegen betaling van twee gulden en vijftig cent, toch veel geld in die tijd, verkrijgbaar bij de postkantoren en het gemeentehuis.

Mensen die werkeloos waren, konden kosteloos zo’n plaatje bij het gemeentehuis afhalen. Maar let wel! dan zat er een rond gat in want er moest wel even onderscheid zijn, je reinste discriminatie dus. Daar had men toen geen boodschap aan. Zoals gezegd, het was een hele uitgave, vooral als men in huis meerdere fietsen had, want welke fiets moest zo’n ding hebben als er mee op de weg gereden werd.

Mensen die hun fiets alle dagen nodig hadden, hadden hun plaatje meestal vast in een kokertje rond de stuurstang. Maar zij die 1 plaatje hadden voor meerdere fietsen, hadden dat bewijs in een leren etuitje aan het stuur hangen. Maar dan moest je wel goed oppassen voor diefstal of verliezen. Het was iets waar de politie nauwlettend op toezag en je kreeg dan ook prompt een bekeuring als je geen belastingplaatje kon tonen.

Deze vorm van belasting op fietsen werd in 1924 ingevoerd en heeft geduurd tot dat in 1941 de Duitse bezetters dit afschafte.

We vonden in “De Andijker Middenstander” van 11 september 1926 een gedicht wat duidelijk maakt hoe belangrijk dit attribuut in die jaren was.

DENK OM HET PLAATJE

Daar ginds om een hoekje
Daar staat met een boekje
De groote geweldige, de man van de wet.
Hij staat maar te gluren
Verlangend te turen
Van onder die mooie glanzende pet

“Ja hier, bij dien dwarsweg
Wat een enige plek, zeg!
Ha, nog ééntje, dan zitten er weer tien in het vet.”
Och arme ik raadje
Denk om je plaatje!
Want menigeen heeft hij al een hakje gezet

Hij kijkt om zich heen
Ja daar komt er weer een
Hé, zou dat de tiende dan wezen
“Halt!” roept ie “Stik”
Roept de ander van schrik
“Zeg, waar is het plaatje van dezen?”

Een onderzoekende blik
Een langdurig gemik
Ach, ik wist wel hij zou me wel boeken
Dan een: “zeg er eens vrind,
Ben ik helemaal blind
Waar moet ik dat ding van jou zoeken?”

“Och, mijn heer, zeg och”
Zoo waagde ik nog
Maar ’t boek kwam al uit ’t vessie
Ik ging op de bon
En zonder pardon
’t Was voor mij weer een aardig duur lessie

Ik wil daarom raden
Wil toch je beraden
Koop toch een plaatje, je bent uit de zorgen
Colijn kijkt weer blijer
En zelf iets vrijer
Je bent, als je t doet, voor een vol jaar geborgen.

Ook uit “De Andijker Middenstander” van 1926. Zo’n advertentie kon er wel af.