De Slibbert: basis voor drinkwater
auteur: Redactie
bron: Jaarboek 2024
1922: De Slibbert, de poependijkjes zijn goed zichtbaar.
De Slibbert, de naam zegt het al, is een aangeslibd stuk buitendijks land. Toen eeuwen geleden een begin werd gemaakt met de aanleg van de Westfriese Omringdijk, werd gekeken naar plekken waar het land het hoogst lag. Alles was handwerk, met het paard als enige krachtbron. Vele lager gelegen delen werden, indien de moeite waard zoals bij Andijk, buitengedijkt en beschermd door z.g. poependijkjes. Deze zorgden voor natuurlijke landwinning, door die dijkjes ontstonden nl. kleine polders vanwege het dichtslibben.
Tijdens de wintermaanden en bij zware storm stonden dergelijke poldertjes blank. De foto links zal zijn gemaakt in een periode van zware regenval. Zou het zeewater zijn wat we zien, dan zouden de koeien hier niet kunnen zijn want dat is niet te drinken. Voor deze zwart-bonten zijn de omstandigheden slecht. Daar waar de soortgenoten de weelde van een grasland met bemaling hebben, liggen deze in het zompige gras geheel omringd door water te wachten op betere tijden.
Deze fotokaart van de Andijker fotograaf Piet Visser (‘Product of Piet Visser’) van een -zoals de kaart vermeldt- ‘oefening zeilenleggen’ geeft een mooi overzicht van de situatie in 1917. Ter oriëntatie: rechts van de kont van het paard ‘weunt’ Jacco Mantel.
Al in 1928, toen het IJsselmeer nog altijd Zuiderzee was, wilde de heer Van Oldenburgh, directeur van het PWN (Provinciaal Waterleidingbedrijf Noord-Holland), de mogelijkheid onderzoeken om van het (toekomstige) IJsselmeerwater drinkwater te maken. Andijk werd uitverkoren als winplaats, hier bleek het water het schoonst. Vier jaar later pas zou de Afsluitdijk gereedkomen dus deze man had een vooruitziende blik. De volgende stap was de bouw van een kleine installatie (nabij De Ven) voor proefnemingen, de aanloop voor het nieuwe product.
In 1962 werd van het Provinciebestuur goedkeuring ontvangen voor de bouw van de installatie, waarna in 1964, door de Commissaris der Koningin in Noord-Holland, mr. F.J. Kranenburg, de eerste paal voor het nieuwe gebouw werd geslagen. Andijk was hem blijkbaar goed bevallen want een jaar later kwam hij weer naar Andijk, nu voor de opening van Dorpshuis Centrum.
F.J. Kranenburg.
Beeld: J.D. Noske/Anefo, Nationaal Archief.
De ‘waterfabriek’ van het PWN, in het ‘gat van Sam’, geopend 2 mei 1968 door Prins Claus.
Gat van Sam
Het PWN complex verrees in het zgn. ‘Gat van Sam’ (Volten¹), de oostkant van de Slibbert. Naast de nieuwe ‘drinkwaterfabriek’ werd een 48 HA groot bassin aangelegd, voldoende voor een periode van dertig dagen. Dit met het oog op eventuele calamiteiten en slibbezinkingen. De officiële opening van het PWN Andijk volgde 2 mei 1968 door Prins Claus.
Oppervlaktewater wordt drinkwater
Vanaf najaar 1968 was de ‘waterfabriek’ actief, met een capaciteit van (toen) 20 miljoen m³ per jaar en kon het water, via een 18 km lange betonnen buis met een doorsnede van een meter, naar de reinwaterkelders in Hoorn worden getransporteerd. In deze kelders, waar ook de aansluiting van het pompstation Bergen werd aangebracht, kon zo nodig het water worden bijgemengd. Na de voltooiing van deze indrukwekkende werken zijn er transportleidingen aangelegd richting Purmerend-Zaanstreek waardoor ook daar water uit Andijk kon worden geleverd.
De ingebruikname van de waterfabriek betekende tevens het einde van een periode van dreigend tekort aan drinkwater. Het jaar daarvoor was men al genoodzaakt duinwaterreserve (uit de Lek) aan te spreken toen bleek dat er voor het toenemend inwoners boven het Noordzeekanaal, nog maar net voldoende drinkwater beschikbaar was.
Inmiddels betrekt, naast het PWN, ook NV Watertransport-maatschappij Rijn-Kennemerland (WRK) vanuit Andijk jaarlijks ca. 60 miljoen m³ water uit het IJsselmeer. Dit water wordt via een pijpleiding naar de duinen bij Castricum gepompt. Ca. 40 miljoen m³ wordt, na duininfiltratie, dan alsnog door PWN gebruikt voor de levering van drinkwater in het noordwesten van Noord-Holland. De resterende 20 miljoen m³ wordt door WRK als bedrijfswater geleverd, vooral aan ‘Hoogovens’’ (Tata Steel).
Het PWN zuivert inmiddels in zijn nieuwe waterfabriek ‘Andijk III’ maar liefst 25 miljoen m³ IJsselmeerwater tot kwalitatief hoogwaardig drinkwater. Voor de beeldvorming: vijfentwintig miljoen kuubskisten vol water in plaats van bollen. Gezien de steeds verdere vervuiling van het oppervlaktewater is dit een enorme verantwoordelijkheid waarvoor de installaties dag en nacht in bedrijf zijn.
¹ Sam Volten was de vader van kunstschilder/beeldhouwer André Volten. Hij heette Jacob maar iedereen noemde hem Sam. Als het seizoen, het weer en de zee het toelieten was Sam Zuiderzeevisser. Hij gebruikte daarvoor een eenpersoons roeiboot. Na de aanleg van de Afsluitdijk deed hij hetzelfde op het IJsselmeer. Zijn favoriete plek: De Slibbert, kreeg in de volksmond de benaming: ‘Het gat van Sam’. ’s Winters maakte Sam sigaren die hij aan de plaatselijke bevolking verkocht. Zie ook het artikel in Jaarboek 2019 over André Volten.






