Onderduikers bij familie Immerzeel
auteur: Marijke Immerzeel
(note: indien er aanvullende informatie beschikbaar is, dan ontvangen wij deze graag)
Saamhorigheid
Dat werd gevonden in het huis van mijn ouders en hun buren. Mijn ouders waren Leen Immerzeel en Teunie Krul en woonden op Broekoord 238B, de buren waren Henk Kerkenaar en Aag Mantel. Zij woonden op 238A, 2 huizen onder 1 dak. Samen sterk. Nu is dat Dijkweg 262 geworden.
De oorlogsjaren hebben veel teweeg gebracht, het waren moeilijke tijden. Bij mijn ouders kwam op een gegeven moment de vraag, via een zus van mijn moeder, of ze een Joods meisje in huis wilden nemen, dat kon. Dat meisje was Zinnia Bleekrode, voor de Andijkers Zinnia Groeneveld, zgn. een nichtje uit Zeeland, ze kwam in 1943, 15 jaar oud. Ze had al veel onderduikadressen gehad. Afwisselend was ze ook bij een andere zus van mijn moeder in Ouderkerk aan de Amstel. Het laatste jaar van de oorlog was ze het hele jaar bij ons.
In 1943 kwam ook Ineke Pach, een baby in ons gezin. Zij was een van de 600 kinderen die via de Kweekschool gered zijn. Ze is in een eiermand door een oom naar Ouderkerk gebracht en daarna naar Andijk gehaald. Ze lag samen met mij in de box en in een ledikantje. Ik was in februari geboren van dat jaar.
Het huis was niet echt berekend op veel mensen, er waren 2 slaapkamers boven en een “overloop”. In de ouderslaapkamer stond een ledikantje, op de overloop een opklapbed voor mijn broer Cor(1937) en in het andere kamertje sliep Anneke (1935), met nog een extra bed en ook een bedstede, waarin ik later sliep. Het kwam zelfs voor dat, zoals Zinnia schreef in een verslag wat ze allemaal meegemaakt had, in die tijd hun deur niet gesloten bleef voor vreemden. Overnachting van mensen die per fiets onderweg waren op zoek naar “eten” voor hun familie.
Er waren niet veel razzia’s volgens Zinnia, maar toch ook mensen die niet betrouwbaar waren, waar men voorzichtig moest zijn. Er waren veel goede mensen op Andijk vertelde ze.
Op enig moment in augustus was er een razzia in dat jaar, Zinnia was er niet, Anneke en Cor hoorden de Duitsers schreeuwen en naar boven komen. Ze schenen met een zaklantaarn in hun ogen.. een hele angstige ervaring. Ook zagen ze Ineke en mij liggen, mijn vader zei: het is een tweeling. Ze kwamen er mee weg, Kan me nauwelijks voorstellen dat ze dat geloofden, misschien hadden ze zelf kinderen van die leeftijd..
Het werd voor, met name, mijn moeder toen te veel en de buren Kerkenaar boden toen aan Ineke in huis te nemen, waar ze tot na de oorlog is gebleven.
Wij verhuisden in 1953 naar Kleingouw 28, het voormalige Witte Kruis gebouw, de buren Kerkenaar verhuisden naar Amsterdam, waar Ineke en ik ook samen logeerden. Het contact met onze oud-buren is altijd goed gebleven en dat geldt ook voor Zinnia en Ineke. Zinnia is inmiddels overleden.
Ineke, Koos Kerkenaar en ik hebben in destijds meegewerkt aan de documentaire van Peter Sasburg: Onderduik in West-Friesland. In het bijbehorende boekje staat een foto van Jannie Groen en Anneke Immerzeel, ze dragen beiden een jurk beplakt met bonnenkaarten.
Het volgende gedichtje schreef Aag over deze jaren:
“Zomaar” wat dingen uit ons
gezamenlijk (oorlogs)deel
Het lijkt zo weinig ,
maar het is zoveel!
’40-’45. Een tijd waarin
zoveel gebeurde wat we niet wilden
Maar, niet tegen onze zin,
de honger van “de ander” stilden.
Leen maakte een fornuisje,
Henk zorgde voor anthraciet.
zo’n geweldige combinatie
Zag je in die jaren niet!
We zaten met z’n allen
bij het licht van de ”grote” pit,
en stopten zwarte sokken,
Lang leve de carbid!
Huiszoeking, niet te beschrijven angst,
lawaai van geweren op de trap.
Soms hoor je het nog,
Zoals ze gingen, stap voor stap.
Het liep gelukkig heel goed af.
Niet meer aan denken aan wat je zou
kunnen krijgen,
Straf,
Om het jood-zijn van een meisje
te verzwijgen.
Na dit angstige gebeuren
Zag je het even niet.
Ineke ging naar ons toe
Verlichting van verdriet..
In de jaren tachtig was Ineke nauw betrokken bij de actiegroep: Vrouwen voor Vrede. Dit gedichtje kregen we van haar:
Mensen gevraagd
Mensen gevraagd om de vrede te leren
Waar geweld door de eeuwen model heeft gestaan.
Mensen gevraagd die de wegen markeren
Waarop alles wat leven kan verder kan gaan.
Mensen gevraagd om de noodklok te luiden
En om tegen de waanzin de straat op te gaan
Mensen gevraagd om de tekens te duiden
Die alleen nog moedwillig zijn mis te verstaan
Mensen gevraagd om hun nek uit te steken
Voor een andere tijd en een nieuwe moraal
Mensen om ijzer met handen te breken
Ook al lijkt het ondoenlijk en paradoxaal
Mensen gevraagd om hun stem te verheffen
Verontrust door een wapen dat niemand ontziet
Mensen die helder de waarheid beseffen
Dat wie mikt op de ander zichzelf ook beschiet
Mensen gevraagd die in naam van de vrede
Voor behoud van de aarde en al wat daar leeft
Wapens het liefst tot een ploeg willen smeden
Voor de oogst die aan allen overvloed geeft.
Mensen gevraagd, er worden mensen gevraagd!!!!!
Meer dan ooit actueel in deze verontrustende tijden!
Het verhaal van Zinnia Bleekrode dat werd opgenomen in een boekje over de oorlog.





