Twee eeuwen Melis – Een speurtocht naar een van de oudste Noorderdijker families

auteur: Edwin Vriend
bron: Jaarboek 2024

Buurtjeskerk. Beeld: Marius van Dokkum.

Afgelopen decennia is van menig Andijker familie een genealogisch overzicht verschenen. Dankzij de nauwgezet bijgehouden doop- en trouwregisters van de Andijker Buurtjeskerk (v.a. 1667) en Wervershoof (v.a. 1620), welke als primaire bronnen voor dit stamboomonderzoek gebruikt en digitaal geraadpleegd kunnen worden, is het mogelijk deze families tegenwoordig zonder al te veel moeite in kaart te brengen.
Naarmate men verder terug de tijd in duikt wordt dit karwei steeds uitdagender: vaste familienamen zijn lang niet altijd vanzelfsprekend en de onderlinge samenhang valt vaak niet duidelijk meer op te maken. Met behulp van o.a. notariële akten en aanvullende documentatie zoals schepenrollen uit het rechterlijk archief, kunnen er echter toch nog verwantschappen en generaties aangevuld worden, hetgeen puur op basis van enkel de kerkregisters niet altijd mogelijk zou zijn.

In dit artikel wordt het onderzoek uiteengezet naar Jan Jansz. Genaad (*1606 – <1691†). We zullen een poging doen iets over zijn leven en herkomst op te duiken. Wat in ieder geval gesteld kan worden is dat hij een Andijker is ‘van het eerste uur’, wiens naam ook vermeld staat in de oudste lidmatenlijst van de Buurtjeskerk. Uit verschillende stukken wordt duidelijk dat hij een prominente rol in de gemeenschap aan de Noorderdijk moet hebben gehad. Allereerst
worden er enkele anekdotes over zijn leven gedeeld, waarna zijn familie en het onderzoek hiernaar beknopt toegelicht wordt. We zullen worden verrast door het gegeven dat hij telg blijkt uit een oude ‘Noorderdijker’ familie, waarvan de samenhang tot dusver nog onbeschreven is.

Enkele biografische gegevens over Jan Jansz. Genaad
Jan Jansz. van de Munnikij huwt op 30 januari 1628 te Wervershoof met Geert Cornelisdr., afkomstig van Broekoord. Via zijn echtgenote is Jan als zwager verbonden aan Jan Cornelisz. Boeder, stamvader van het geslacht Boeder. Tussen 1630 en 1650 laat het echtpaar maar liefst twaalf kinderen dopen. Veel leed is ze niet gespaard gebleven als we bedenken dat zeven kinderen reeds op jonge leeftijd zijn overleden. Bij de doop van hun zoon Jacob in 1646 te
Lutjebroek vinden we voor het eerst de toevoeging ‘Genaad’ achter Jans naam. Een enigszins markant aandoende familie-, of beter gezegd bijnaam, met een wat stichtelijk tintje. In een attestatie uit 1678 worden ze genoemd als Jan Jansz. Genaad, out ontrent 72 en Geerdt Cornelis zijn huijsvrouw out ontrent 71, […] woonachtich aan de Noord-dijk in de banne van Lutjebroek. Geboren in respectievelijk 1606 en 1607; wat betreft de afkomst van dit echtpaar zoeken we in de kerkboeken dus tevergeefs.

Jan Jansz. Genaad blijkt nauw betrokken te zijn geweest bij de oprichting van de Buurtjeskerk. Zo is hij onder andere lid van de commissie die probeerde bij de Classis van Enckhuysen als elders raat ende hulpe te versoecken, om so een predicantstractement te becomen; de commissie bestond uit Jan Cornelissen Boeder, Jan Janssen Genaed, Pieter Cornelissen Schoenmaker, Nanne Jacobsen, Jan Teeuwissen en Pieter Cornelissen. De inspanningen
zijn niet tevergeefs, op 30 januari 1667 wordt predikant Abraham Hovius beroepen als eerste dominee van de nieuw opgerichte kerk. Amper twee jaar na
de oprichting van de gemeente houdt een sluimerend conflict over de hoogte van een hekje nabij de kerk de gemoederen flink bezig, met ditmaal een wat meer dubieuze bijrol weggelegd voor Jan.

In de nabijheid van de kerk bestieren zowel zijn zwager Jan Cornelisz. Boeder als een zekere Cornelis Teunisz. een kramerie aan huis. Op verzoek van
eerstgenoemde zou een bepaald hek moeten worden verhoogd maar aan de oprechte motieven hiervan wordt getwijfeld. Het vermoeden wordt uitgesproken dat de verhoging enkel als doel heeft Cornelis Teunisz.’ neringe uijt te roeijen ende te niet te maken, slechts uijt picantheijt ende nijdicheijt. Het geschil leidt tot groote onruste ende verwijderinge van haar […] nieugeboude gemeente, en het blijft niet bij woorden alleen.

Enkele gemeenteleden verklaren hoe ze eenige weecken geleden komende uijt haer nieu-geboude kerck hebben gesien dat Jan Cornelisz. Boeder mede komende uijt de kerck, het houtje ofte schuttent staande op de kercke bruch, tot keering vande schapen, en andere beesten, tselve met zijn voet met gewelt heeft afgestooten, ende alsoo open geset voorde schapen ende andere beesten, soo dat die vrij en vranck sonder eenige verhinderinge vanden dijck af over deselve bruch op et kerck-hoff ende daar ontrent mochten loopen. 

Achteraf lijkt dit een wat knullig tafereel wat zich hier rondom de kerk afspeelt, maar voor de betreffenden toen bittere ernst. Jan Jansz. Genaad blijkt als kerkmeester in een lastig parket te zitten, hem wordt in die hoedanigheid namelijk partijdigheid verweten: soo is sulcx dat de ene kerckmeester namelijck Jan Genaad is de swager van de meergemelde Jan [Cornelisz.] Boeder, ende d’andere namelijck Nanne Jacobsz is de schoonvader van d’soon van Jan Boeder die de neringe is doende, sulcx die mannen niet zien op het intrest vande kerck, maer alleen op’et proffijt van de meergemelde soon van Jan Boeder…

Hij komt er niet zo best vanaf, hoe het afgelopen is blijft giswerk. Zoals voor de meeste mensen uit de 17e eeuw, die niet tot de regenten- of adellijke geslachten behoorden, zullen we het moeten doen met wat anekdotisch materiaal. We vinden zijn naam nog terug in verschillende notariële akten, uit een erfbewijs uit 1691 blijkt dat hij dan reeds is overleden. Getuige de boedelscheiding moet hij naar maatstaven van de Noorderdijkers in de 17e eeuw een vermogend man zijn geweest, er valt naast het huis met een paar morgen grond, nog enkele jaarsalarissen aan vermogen te verdelen onder zijn erfgenamen.

Voorbij de doopregisters: rechterlijk archief en handmerken  

Voor een reconstructie van de familie en voorouders van Jan Jansz. Genaad zullen andere bronnen dan het kerkboek moeten worden aangeboord. In dit geval blijkt de schepenrol van Grootebroek soelaas te bieden, in 1655 lezen we: Compareerden in judicio Jan Jansz Genaed ende Jacob Jansz kinderen van Jan Jansz Melis mitsgaders Cornelis Gerritsz soo voor hem selven als vervangende sijne vier susters alle kintskinderen van deselve Jan Jans Melis … Deze overgeleverde passage vormt een essentieel aanknopingspunt om diens familie verder in kaart te kunnen brengen. Te beginnen bij zijn broer Jacob Jansz., in de lidmatenlijst van de Buurtjeskerk vinden we slechts een mogelijke gegadigde met deze naam die hiervoor in aanmerking komt: Jacob Jansen (de) Rood. Deze Jacob Jansz. Rood is gehuwd op 3 februari 1647 met de uit Wervershoof afkomstige Aef Pieters en tussen 1648 en 1665 laten ze zeven kinderen dopen. Desalniettemin kan op basis van enkel het gegeven dat er maar een ‘Jacob Jansz.’ in de lidmatenlijst voorkomt, overigens wel ook afkomstig van de Munnikij, niet zonder meer gesteld worden dat dit dezelfde Jacob moet zijn als genoemd in de schepenrol.  

Hier worden we uit de brand geholpen door een ondertussen niet meer bestaand fenomeen: het handmerk. Dit werd vanaf de middeleeuwen gebruikt om akten te ondertekenen, het waren persoonsgebonden symbolen welke werden gebruikt door mensen die de schrijfkunst niet machtig waren. Het handmerk hangt nauw samen met het huismerk: symbolen waarmee bezittingen of koopwaar werden gemerkt. Het handmerk kreeg een erfelijk karakter, door de oudste zoon werd deze veelal onveranderd overgenomen terwijl er door verwanten variaties op werden aangebracht. In een tijd waar het voeren van een familienaam eerder uitzondering dan regel was is het handmerk, mede gezien het erfelijke karakter, een handig hulpmiddel bij het identificeren van personen en tevens bruikbaar als instrument bij het vermoeden van een verwantschap. 

Handmerk van Jan Jansz. Genaad  

Handmerk van Jacob Jansz. Genaad  

In het notarieel archief liggen diverse akten waaronder we het handmerk terugvinden van zowel Jan Jansz. Genaad als Jacob Jansz. Rood. De overeenkomst tussen deze symbolen, gecombineerd met de reeds verzamelde informatie uit de schepenrol en kerkboeken, leidt ertoe dat met behoorlijke zekerheid vastgesteld kan worden dat dit inderdaad broers van elkaar moeten zijn geweest. Het handmerk van Jacob is vrijwel identiek aan die van zijn broer, slechts afwijkend door een verticale verbindingsstreep aan de rechterzijde! 

We keren terug naar de schepenrol van 1655. Als vader van beide broers wordt daarin Jan Jansz. Melis genoemd. Wat bij de reconstructie van deze familie helpt is de dubbele patroniem¹. In een afschrift van een akte uit 1619 aangaande de taxatie van een stuk land aan de Noorderdijk, treffen we bijvoorbeeld een Cornelis Jansz. Melis als getuige vermeld. Zijn dubbele patroniem doet op z’n minst vermoeden dat we hier met een broer van Jan Jansz. Melis te maken hebben. De gelijkenissen in het handmerk van deze Cornelis met die van Jan Jansz. Genaad zijn treffend, slechts onderscheidend doordat deze gespiegeld is opgetekend en een kwartslag linksom gedraaid. Een andere verwant die zich nog aandient is Teunis Jansz. Melis, gehuwd met Vokel Jans. Van hun zoon Cornelis Teunisz. Melis is onderstaand handmerk bekend. 

Handmerk van Cornelis Jansz. Melis 

Handmerk van Cornelis Teunisz. Melis  

Een reconstructie van de familie 

Aan de hand van de schaarse gegevens welke ons zijn overgeleverd, doen we een poging om deze familie Melis in kaart te brengen. Als basis hanteren we hiervoor het gezin van Jan Jansz. Melis. Alleen van zijn zoon Jan Jansz. Genaad is het geboortejaar (1606) bekend. Het gegeven dat hij in de schepenrol eerder genoemd wordt dan zijn broer Jacob Jansz. vormt een aanwijzing dat hij de oudere van de twee is. Cornelis Gerritsz. neemt in de schepenrol van 1655 als kleinzoon de honneurs waar voor zichzelf en zijn vier zussen, vermoedelijk zijn hun ouders reeds overleden.  

Bij nadere bestudering in de doopboeken komt er maar een gezin in aanmerking waar Cornelis Gerritsz. in geplaatst kan worden, namelijk dat van Gerrit Adriaansz. en Geert Jans. Dit echtpaar heeft zes kinderen laten dopen in Wervershoof: Brecht (1625), Marij (1627), Cornelis (1629), Griet (1632), Griet (1633) en Trijn (1637). Uit de patroniemen van deze echtelieden volgt dat Cornelis en zijn vier zussen kleinkinderen zijn via moeders-zijde; Geert Jans moet de dochter zijn geweest van Jan Jansz. Melis, geboren ca. 1600-1605 en dus de oudere zus van Jan Jansz. Genaad en Jacob Jansz. Rood. 

Het geboortejaar van Jan Jansz. Melis kan op basis van de geboortejaren van zijn kinderen geraamd worden op ca. 1575-1580. We weten dat hij een broer Cornelis heeft gehad, vermeld in 1619, over wie verder (vooralsnog) weinig meer bekend is. Zijn broer Teunis Jansz. Melis heeft daarentegen meer sporen nagelaten, hij is gehuwd geweest met Vokel Jans. Dit gezin vinden we terug op de allereerste bladzijden van het doopboek in Wervershoof.  

Hun kinderen zijn Aecht (1620), Eefke (1623) en Cornelis (1626), een dochter Griet (ca. 1618) en nog een zoon Jan. Van deze Jan Teunisz. alias Phocels, welke overlijdt op 18 mei 1705 te Andijk, wordt in het lidmatenboek als bijzonderheid vermeld dat hij maar liefst negentig en een half jaar oud is geworden, geboren dus in 1615. Daarmee kan het geboortejaar van zijn vader Teunis Jansz. Melis grofweg geschat worden rond 1590-1595, vermoedelijk dus een jongere broer van Jan Jansz. Melis. 

De dubbele patroniem achter de naam van de drie oudste voorouders Melis duidt erop dat hun vader een zekere Jan Melis(z). zou moeten zijn geweest, geboren rond het midden van de 16e eeuw. In de schepenrol van 1633 valt te lezen hoe twee bewoners, woonende aende Noorderdijck, de schepenen te Grootebroek verzoeken te ordonneren dese drie genomineerde mannen om te waerderen ende prijseren seeckere verlooren schuijt bij haer requiranten gevonden ende geberght. Deze drie goede mannen zijn Dirck Jan Roemers, Jan Melis Jan ende Pieter Pietersz. waert alle mede woonende aldaer. Met deze terloopse vermelding krijgt deze veronderstelde gemeenschappelijke voorouder historische grond onder de voeten.  

In dit verband is verder nog het noemen waard dat op 23 november 1580 een Jan Melys zijn zoon Melys laat dopen te Bovenkarspel. Helaas wordt er geen plaats van herkomst genoemd, maar er worden deze jaren meer kinderen van de Noorderdijk gedoopt in de kerk van Bovenkarspel. Of dit dezelfde Jan Melis betreft blijft speculatie, al moet worden opgemerkt dat de naam Melis in deze streek en periode niet veel voorkomt.  

Op 86-jarige leeftijd overlijdt Cornelis Teunisz. Melis. Op 3 maart 1712 wordt hij begraven in Andijk. De tevens zeer respectabele leeftijden van diens broer en zus zijn de predikant van toen niet onopgemerkt gebleven; Eefke Teunis oud over de 90 jaren, en Jan Teunisz. Vokels oud negentig en een half jaar lezen we in het kerkboek als commentaar bij hun naam. Dat er verschillende leden uit een en hetzelfde gezin anno 1700 een dergelijke leeftijd behaalden mag gerust een zeldzaamheid genoemd worden. Met het heengaan van Cornelis Teunisz. Melis verdwijnt de laatste nazaat welke nog steevast met de familienaam Melis werd aangeduid. Als oudste voorvader van deze familie geldt een zekere Melis Jansz., wiens geboorte geplaatst moet worden in het eerste kwart van de 16e eeuw en wiens bestaan (tot dusver) enkel op basis van de dubbele patroniemen verondersteld kan worden. Zo komt er na bijna twee eeuwen een einde aan de generaties welke onder de naam Melis bekend staan. De verdere nakomelingen gaan onder een veelvoud aan achternamen verder, en zullen in veel stambomen van Andijker families terug te vinden zijn

¹ Patroniem: is een naam, al dan niet officieel, die aangeeft hoe de vader van de naamdrager heet 

Bronnen:  

Westfries Archief (WFA), Oud rechterlijke en weeskamer archieven, 1357-1858, Inv. nr. 5129, f. 67v en inv. nr. 5126, f. 287r 

WFA, 1685 Notarissen in West-Friesland tot 1843, 1552-1843, 27. Wervershoof 

WFA, 0053 Hervormde Gemeente Andijk-West, 1667-1976  

WFA, 1702-03 Doop-, trouw- en begraafboeken Andijk, 1667-1866 

WFA, 1702-38 Doop-, trouw- en begraafboeken Wervershoof, 1620-1819 

Bodleian Library MS Douce 195, Sheep in pen, f. 144v, 1490-1500, University of Oxford